|
Wie een auto van de zaak heeft, kan de bijdrage voor privégebruik aan de werkgever aftrekken van de belasting. Het deel van een mobiliteitsvergoeding dat de werknemer niet ontvangt, valt daar echter niet onder.
Dit blijkt uit een zaak die recent speelde voor het Gerechtshof in Leeuwarden.
Het ging daarbij om een werknemer die recht had op een mobiliteitsvergoeding van € 839 per maand. Dat bedrag werd niet daadwerkelijk uitbetaald, omdat de werknemer koos voor een auto van de zaak. Voor zover het maandelijkse leasetarief lager was dan het budget van de mobiliteitsvergoeding, werd dit als bruto loon uitbetaald. Dat verschil bedroeg € 59 per maand. De werknemer stelde vervolgens dat de gemiste mobiliteitsvergoeding, verminderd met de loonbelasting die daar anders op zou zijn ingehouden, feitelijk zijn eigen bijdrage was en daarom aftrekbaar is van de bijtelling. Al eerder had de rechtbank deze werknemer in het ongelijk gesteld. Bij het Gerechtshof ging het uitsluitend nog om procedurele argumenten, die de werknemer evenmin konden baten.
Deze uitspraak sluit aan bij een eerdere uitspraak van Rechtbank Den Haag, waarin aan een collega van deze werknemer ook de aftrek van de mobiliteitsvergoeding niet werd toegestaan. Volgens de rechter in die eerdere zaak had de werknemer weliswaar recht op een mobiliteitsvergoeding, maar ontving hij deze in de vorm van een auto. Omdat het bedrag van de "gemiste" mobiliteitsvergoeding niet tot het belastbare loon heeft behoord, kan dat bedrag ook niet als een door hem aan de werkgever betaalde vergoeding voor het privégebruik van de auto worden aangemerkt.
bron; auto en fiscus
|